Zaterdag 24 juni hebben Benothman, Suresh Soedhwa en Marina Hendriks de Masterclass Sociaal Ondernemen afgerond en hun certificaten ontvangen.
“Wat is nou die Masterclass Sociaal Ondernemen en door wie is die dan wel georganiseerd en waarom dan wel ?” zult u zich misschien afvragen. Onderstaande samenvatting van een artikel geschreven door Renie van der Putten van FSM en ACB zal één en ander voor u verduidelijken.



Het is niet eenvoudig voor allochtone vrijwilligers om een goede, geoliede organisatie op poten te zetten en draaiende te houden en om de juiste wegen te vinden om (financiële) middelen te werven om de activiteiten te kunnen uitvoeren. Gelukkig kunnen zij voor advies en ondersteuning terecht bij een organisatie als ACB.
ACB, Kenniscentrum voor emancipatie en participatie, is een regionale steunfunctie in Noord-Holland. Deze organisatie zet zich in om de gelijkwaardige deelname van allochtonen aan het maatschappelijk verkeer te bevorderen.

Dit jaar werd voor het eerst de ‘Masterclass sociaal ondernemen’ aan allochtone vrijwilligersorganisaties aangeboden.
Sociaal ondernemen is een relatief jong verschijnsel in het vrijwilligerswerk. Het is een manier van werken waarbij gezocht wordt naar nieuwe en effectievere manieren om maatschappelijke doelen en sociale verbeteringen te realiseren.
Bij sociaal ondernemerschap staan sociale waarde en duurzaamheid centraal. Terwijl commerciële ondernemers op korte termijn financiële winst nastreven, is een sociaal ondernemer gericht op sociale winst, die zich over langere tijd manifesteert. Een opstap naar de arbeidsmarkt of naar vrijwilligerswerk voor langdurig werklozen, deelname aan sociaal-culturele activiteiten door mensen die dreigen te vereenzamen, empowerment van allochtone vrouwen en mannen, voorkomen van voortijdig schoolverlaten door jongeren. Het zijn allemaal voorbeelden van sociale winst of maatschappelijke waarde.
Een sociaal ondernemer legt veel doorzettingsvermogen aan de dag en maakt optimaal gebruik van zijn of haar creativiteit om de gewenste verbeteringen te realiseren. Hiervoor worden verschillende hulpbronnen aangeboord: de bewuste en gerichte inzet van vrijwilligers, financiële middelen uit fondsen en subsidies en sponsorgelden. Ook wordt er gezocht naar manieren om eigen inkomsten te verwerven, bijvoorbeeld door de verkoop van kennis en ervaring, het vergoed krijgen van geleverde diensten, of de verkoop van al dan niet zelfgemaakte producten. Tegelijkertijd laat een sociaal ondernemer zich niet belemmeren door een gebrek aan geld of een tekort aan middelen. Hij of zij blijft altijd zoeken naar oplossingen en middelen om de doelen te realiseren.

Waarom zouden allochtone vrijwilligersorganisaties zich nu op sociaal ondernemerschap richten? Zelforganisaties komen, net als andere non-profit organisaties, steeds meer onder druk te staan: de overheid wil minder financieren, de concurrentie groeit en er een ligt een grotere nadruk op prestaties en prestatiemeting. Ze moeten steeds meer verantwoording afleggen over de behaalde resultaten. Om te overleven moeten ze zorgen dat ze naast subsidies nieuwe hulpbronnen aanboren. Ook samenwerking wordt steeds belangrijker.
De vrijwilligersorganisaties staan dus voor nieuwe uitdagingen. Ze moeten zoeken naar manieren om creatief met deze uitdagingen om te gaan en hiervoor is sociaal ondernemerschap een oplossing.
Om de organisaties te helpen de eerste schreden te zetten naar sociaal ondernemerschap heeft ACB, samen met Scholten&Franssen, de ‘Masterclass Sociaal Ondernemen’geïnitieerd. De provincie Noord-Holland stelde geld beschikbaar voor de ontwikkeling van de training en voor de uitvoering van een pilot. In december 2005 is de eerste masterclass (de pilot) van start gegaan. Allochtone vrijwilligersorganisaties in Noord-Holland konden een plaats in de masterclass winnen door deel te nemen aan een prijsvraag. Vier deskundige juryleden hebben vervolgens een score toegekend aan alle ingediende plannen. De acht winnaars zijn daarna gestart met de zesdaagse training. De volgende thema’s kwamen daarin aan bod: kenmerken van sociaal ondernemerschap, sociale waarde en effectiviteit (opstellen van een impactmap), marketing (vraag en aanbod, concurrentie, behoefte van de doelgroep), organisatie & strategie, communicatie & commitment, financieel beheer en personeelsmanagement.
Naast groepsbijeenkomsten waren er individuele huiswerkopdrachten en de deelnemers presenteerden de resultaten steeds kort aan elkaar. Gaandeweg werd zo toegewerkt naar een slotpresentatie waarin de vrijwilligersorganisaties zichzelf en hun winnende project voor een breed publiek van stakeholders konden promoten.
Tijdens en na de masterclass kregen en krijgen alle organisaties persoonlijke begeleiding.
En, er zijn inmiddels twee terugkomdagen geweest.